
Asiel
wo 13 november 2024 Op het TwenterandjeIk zie een oproep van een lieve bekende. Wie heeft er plek voor een van mijn kippen, ze veroorzaakt zoveel overlast dat ik voor vanavond een oplossing moet vinden. De urgentie druipt eraf. Ik weet dat ze nog niet lang geleden verhuisd is van het platteland naar een nieuwbouwwijk. In de oproep lees ik dat deze kip moet vrezen voor haar bestaan. Wij hebben kippen in een ruim hok en dito ren, één meer kan daar zeker bij. Ik beantwoord de oproep met de bevestiging dat wij wel asiel willen verlenen. Dank, dank. Ben ik nu thuis? Nee, maar aan het eind van de zaterdagmiddag wel.
Rond 4 uur stopt een auto, drie grietjes met ouders en een grote doos waarin de kip zit. De drie dochters hebben bij de verhuizing een kip mee mogen nemen. Twee leveren geen probleem op, de derde schreeuwt sinds enige tijd ‘s morgens de hele boel bij elkaar. Ik vermoed dat ze in transitie is en denkt dat ze een haan is, zegt de jongste, de eigenaresse, met een serieus gezicht. Ik verbijt mijn lach. Ze heet Chickaletta, verklaart ze. Uit mijn verblufte blik maakt ze op dat ik de naam niet herken. De kip uit Paw Patrol. Ik maak net op tijd de juiste instemmende geluiden. Het hok en de ren worden zorgvuldig gecontroleerd en als alles naar wens lijkt wordt ze achter gelaten. De kip, de enige witte in onze bruine kippenschare komt de eerste dagen het hok niet uit. Vrienden vertellen dat dit absoluut niet kan, zo’n vreemde witte kip, de anderen maken haar af, of anders die mooie grote haan van jullie wel. Beide gebeurt niet. Na enige dagen zet mijn lief haar resoluut het hok uit, in de ren. Vervolgens moet hij haar ‘s avonds zoeken omdat ze niet zelf naar binnen gaat. Dat herhaalt zich tot mijn lief de derde dag in de stromende regen met paraplu ‘s avond haar in de ren opzoekt en naar binnen zet. Dit is de laatste keer, spreekt hij dreigend. Gelukkig heeft ze het begrepen, voortaan loopt de diva keurig met de rest mee naar binnen en buiten. Via (foto)berichtjes versla ik het wel en wee van onze asielkip. Gilt ze nog zo, informeert het meisje. Dat doet ze niet, de haan overstemt haar zodanig dat ze bedacht heeft dat ze niet langer in transitie is, antwoord ik. Nu de moestuin min of meer leeg is mogen ze, loslopen. Ben benieuwd of die blonde het ook snapt, zegt mijn lief. Tot nu toe scharrelt ze tevreden rond de vijver en verkent de tuin met haar bruine zusjes. Ach, bedenk ik, was asiel altijd maar zo gemakkelijk op te lossen.
Column Op het Twente’randje’ wordt verzorgd door Erik Schutmaat, Anneke Beukers en Petro Alferink.








