
Na 30 jaar neemt kinderarts Germ Immink afscheid van het vak
di 5 mei 2026 HardenbergNa dertig jaar als kinderarts in Hardenberg heeft Germ Immink onlangs een punt gezet achter zijn loopbaan. Een afscheid zonder groot vertoon. In plaats van een uitgebreid afscheid koos hij voor een Publiekscollege, waarin hij samen met collega’s zijn kennis, ervaringen en visie nog één keer deelde met een breed publiek.
Het interview met Germ, waarin we terugblikken op drie decennia kindergeneeskunde, de veranderingen in het vak en de momenten die hem het meest zijn bijgebleven, vindt plaats in een kamer dat allesbehalve klinisch is, kleurrijke muren, speelse details en zelfs de mogelijkheid voor kinderen om tijdens hun bezoek even naar buiten te gaan. “Deze omgeving ben ik enorm trots op. Ik kan de kinderen observeren terwijl ze spelen en dan tegelijk met de ouders in gesprek”.
Germ benadrukt meteen dat hij als arts slechts een bescheiden rol speelt in de zorg voor een ziek kind. “Wij leveren als artsen slechts een kleine bijdrage. Ik heb enorm respect voor ouders die dag in dag uit de intensieve zorg dragen voor hun kinderen. De kracht en weerbaarheid die ouders hebben is soms onvoorstelbaar”.
“Rust en ruimte”
Germ begon in 1996 bij het Streekziekenhuis Hardenberg. “Dit was mijn eerste ‘echte’ baan nadat ik op mijn 35e was afgestudeerd, en dat is het ook altijd gebleven. Dat is best bijzonder”, vertelt hij. “Ik heb het hier altijd goed naar mijn zin gehad. Bovendien moet je begrijpen dat je om je werk goed te kunnen doen, afhankelijk bent van relaties met anderen: huisartsen, specialisten. Voordat zo’n samenwerking echt prettig en goed loopt, ben je jaren verder”. Op de vraag waarom hij destijds Amsterdam verruilde voor Hardenberg, antwoordt hij nuchter: “Veel mensen vroegen zich af waarom ik naar zo’n klein stadje ging. Maar dat had een voorgeschiedenis. Tijdens mijn studie liep ik vast en ben ik een tijd gaan helpen bij vrienden van mijn ouders op een boerderij in Wijhe. Daar ontdekte ik hoe fijn de rust en ruimte zijn. Sindsdien heb ik nooit meer begrepen waarom mensen voor hun plezier naar de stad trekken”.
Het eerste moment in het ziekenhuis was even wennen, vertelt Germ. Tegelijk voelde hij zich direct welkom. Wat hem het meest op viel was de welwillendheid van mensen. “Dat kende ik in Amsterdam niet. Iedereen staat hier voor elkaar klaar om te helpen. En wat ik vooral bijzonder en ook wel eng vond, was dat ik ineens volledig zelfstandig werkte. In één van mijn eerste dagen zag ik een baby met een vernauwde maaguitgang. Ik herkende de aandoening, maar kon met niemand overleggen, de verantwoordelijkheid lag volledig bij mij”.
Kinderen zijn vrij en onvoorspelbaar
Op de vraag waarom hij voor kinderarts koos, zegt hij: “Kinderen zijn vrij en onvoorspelbaar; je moet ze op een speelse en creatieve manier benaderen. Dat maakt het werk zo mooi, ik heb er altijd plezier in. Al zijn er natuurlijk ook momenten waarop het moeilijk en verdrietig is”. Op de vraag naar mooie momenten in zijn loopbaan kan en wil Germ geen enkel specifiek voorval aanwijzen. Wel geeft hij aan dat hij veel voldoening uit situaties haalt waarin hij ouders gerust kan stellen. “Soms zijn ouders erg ongerust, en dan kan ik met een paar woorden of een duidelijke uitleg die spanning wegnemen. Dat klinkt simpel, maar het geeft mij veel voldoening”, vertelt hij.
Tegelijkertijd zijn er ook momenten die hem langer zijn bijgebleven. “Je kunt fouten maken, en die blijven je dan ook bij. Er zijn momenten geweest waarop je achteraf denkt: met de kennis van nu had ik het anders moeten doen. Maar ook wij blijven mensen”.
Veranderingen kindergeneeskunde
In dertig jaar is de kindergeneeskunde ingrijpend veranderd. Germ wijst onder meer op de sterk verbeterde zorg en overlevingskansen voor pasgeborenen; de veranderde manier waarop ouders met hun kinderen omgaan, met meer aandacht voor het kind; en de enorme vooruitgang in genetische diagnostiek. Ook de toegang tot medische kennis is volgens hem aanzienlijk toegenomen.
Tegen de stroom in roeien
Wanneer hem wordt gevraagd waar hij het meest trots op is, noemt Germ het behoud en de ontwikkeling van het streekziekenhuis. Hij vertelt dat hij zich lange tijd, samen met vele anderen, verzette tegen het verdwijnen van het streekziekenhuis door schaalvergroting. Ondanks de druk om groter en efficiënter te worden, bleef het Saxenburgh-team vasthouden aan zijn eigen koers. Dat doorzettingsvermogen heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat er nu een modern en goed functionerend ziekenhuis staat.
Hij vergelijkt die situatie met Asterix en Obelix in hun Gallische dorp: standvastig en tegen de stroom in. “Dat we tegen de stroom in roeiden heeft er uiteindelijk toe geleid dat we nu een mooi ziekenhuis hebben”, zegt hij daarover.
Daarnaast was het ziekenhuis één van de eerste met een huisartsenpost binnen de eigen muren, een concept dat later op veel andere plekken is overgenomen vanwege de efficiëntie. Ook spreekt hij met trots over het gebouw van de kinderafdeling, dat bewust kleurrijk en minder klinisch is ingericht en beschikt over een mooie tuin.
Bovenal benadrukt hij zijn waardering voor zijn collega’s door de jaren heen. Zonder samenwerking, zo geeft hij aan, zijn dit soort resultaten simpelweg niet mogelijk.
“Je bent eraan toe”
Op de vraag wanneer hij dacht ‘ik ga met pensioen?’ antwoord Germ: “Je bent er op een bepaalde manier aan toe. Ik ben dankbaar voor wat ik voor alle ouders en kinderen heb mogen doen. Maar het vergt ook veel aandacht en het grijpt je soms aan. Als kinderarts moet je je volledig inzetten, je kunt het niet een beetje doen. Toen ik twee jonge collega’s kreeg, dacht ik: zij moeten de kans krijgen en dan kan ik wat minder gaan werken. Ik verheug me op de vrijheid die komt: ’s ochtends gewoon beslissen wat ik die dag ga doen. Ook hoop ik nog iets voor de gemeenschap van Hardenberg te kunnen betekenen”.
Onverdeelde aandacht
Over zijn plannen nadat hij met pensioen is zegt hij: “Ik heb inmiddels een kleinkind en de tweede is op komst. Daar ga ik voor zorgen. Misschien heb ik mijn eigen kinderen door mijn werk minder aandacht kunnen geven, en dat kan ik nu een beetje goedmaken. Ik gun dit ook mijn vrouw Tecla en mijn gezin. Zij is getrouwd met een man die getrouwd is met zijn werk, dus daarmee was zij eigenlijk ook met mijn werk verbonden. Ik gun hun onverdeelde aandacht. Daar zie ik echt naar uit”. Toch zal Germ betrokken blijven bij het ziekenhuis. “Ik ga de tuin rond de kinderpolikliniek bijhouden. Ik word de ‘polituinman’”, vertelt hij lachend. Ten slotte heeft Germ nog één boodschap aan de lezers van De Toren. “De mensen die met mij te maken hebben gehad, wil ik bedanken voor het vertrouwen dat ik heb gekregen. Het is soms voor ouders niet gemakkelijk om een kind in handen van een arts te geven. Voor dit vertrouwen ben ik enorm dankbaar”, eindigt Germ het gesprek.









