
Open Joodse huizen / Huizen van verzet
wo 29 april 2026 Hardenberg- Door: Harry Kruiper - De geschiedenis hooghouden met persoonlijke verhalen. Elk jaar openen zo’n tweehonderd huizen in heel het land hun deuren om stil te staan bij Joden en verzetsmensen die ooit op die plaatsen gewoond en gewerkt hebben. Zo ook in Twenterand. In woonkamers, op zolder, in verborgen plekken, waar verzetsmensen zich dan ook verstopten. Op 2 mei kan men in zes huizen in Vroomshoop, Den Ham en Westerhaar-Vriezenveensewijk kennismaken met de verhalen van slachtoffers, overlevenden en verzetsstrijders van de Tweede Wereldoorlog. Over wie ze waren. Hoe ze leefden. Waar de schuilplek precies zat en wat er van hen geworden is. Met persoonlijke verhalen in die huizen maakt de lokale werkgroep van het Joods Cultureel Kwartier dat mogelijk. Om bijvoorbeeld van een dochter te horen dat haar moeder wist te overleven doordat een niet-Joodse man verklaarde haar biologische vader te zijn. Een dag om de gevolgen van de oorlog invoelbaar te maken.
Regio brede aandacht voor herdenkingen
Het Joods Cultureel Kwartier omvat het Joods Museum + junior, de Portugese Synagoge, de Hollandsche Schouwburg en het Nationaal Holocaustmuseum. In vier gebouwen wordt 400 jaar Joods leven in Nederland belicht. En wordt kennis gedeeld over de Joodse geschiedenis, kunst en cultuur. Dat doen ze onder andere ook met evenementen en publicaties. Om waar dan ook een ontmoetingsplek te maken voor iedereen die nieuwsgierig is. Om open te staan voor iedereen. En de aanknopingspunten met elkaar te zoeken tijdens indringende herdenkingen. In Twenterand bestaat de lokale werkgroep uit de Oudheidkundige Vereniging Den Ham, Vroomshoop en Geerdijk, culturele stichting Hej ‘t al ‘heurd en de 4 mei comités van Vroomshoop en Westerhaar-Vriezenveensewijk. De coördinatie vanuit Open Joodse Huizen/Huizen van Verzet berust bij historica en auteur Aline Pennewaard. Samen met Jeanine en Mink de Jong van de plaatselijke werkgroep bezocht ze het huis waar ooit een verzetscommandant woonde en van daaruit een centrum van lokaal verzet organiseerde. Het is een van de zes woningen waar trieste verhalen op 2 mei de revue zullen passeren.
Waar en op welk tijdstip
Alle herdenkingen zijn gratis toegankelijk. Bijeenkomsten duren maximaal een uur. Op de website openjoodsehuizen.nl treft men o.a. een kaart aan met meer informatie over de te bezoeken huizen. Met de adressen die men op vermeld tijdstip kan bezoeken. Per adres zijn een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Het verzoek is om ruim op tijd te komen.
Voor al die lokale verhalen en persoonlijke betrokkenheid
Op die zes adressen in gemeente Twenterand. Met de start om 11.00 uur in Vroomshoop. Elk volgend uur weer op een nieuw adres. Zoals in Den Ham waar Ineke Kuiper-Dam in Molenstraat 25 over haar grootvader Hendrik de Ruiter vertelt. Hij werd samen met drie andere Hammenaren naar concentratiekamp Neuengamme gedeporteerd. Geen van hen overleefde de oorlog. Het is ook de plek waar de plaatselijke verzetsgroep regelmatig samenkwam om activiteiten voor te bereiden of onderduikers een schuilplek in het dorp te verschaffen. Twee van 5 gedenksteentjes zijn er in het trottoir te vinden.
De herdenkingsbijeenkomsten zijn mogelijk dankzij de inzet van vrijwilligers en financiële steun van donateurs en fondsen.
Frits Haselhoff
Als je langs Hoofdstraat 31 in Vroomshoop loopt, lijkt het een gewoon woonhuis. Maar tijdens de oorlogsjaren was dit adres een knooppunt van stilte, spanning en georganiseerd verzet. Hier woonde Frits Haselhoff met zijn gezin. En vanuit dit huis gaf hij leiding aan de lokale verzetsgroep in Vroomshoop. In 1944 werd het verzet in de omgeving actiever. Haselhoff was plaatselijk commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten en stond in verbinding met de verzetsgroep Salland. Vanuit zijn huis werden niet alleen afspraken gemaakt, maar ook levens gered door onderduik te organiseren, informatie te delen en contact te onderhouden met andere groepen in de regio.
Wat dit huis extra bijzonder maakt, is dat er op zolder een zender stond. Daarmee werden in het geheim berichten uitgezonden en ontvangen contact “met Londen”, zoals de lokale herinnering het beschrijft. Op vaste avonden kwamen er mannen die goed Engels spraken en de apparatuur konden bedienen. De apparatuur werd gebracht en na afloop meteen weer opgehaald. In het kleinste kamertje boven, achter een smal raam, werd zo de oorlog letterlijk “de huiskamer binnen” gehaald niet met wapens in zicht, maar met woorden in morsesignaal en radiostilte.
Die communicatie stond niet op zichzelf. In het buitengebied bij Stegeren lag vanaf 1944 een belangrijk afwerpterrein. Volgens een overzicht van Europe Remembers vonden daar dertien succesvolle droppings plaats (codenaam ‘Evert’, genoemd naar Evert Lancker). Per dropping kwamen containers met wapens, munitie en proviand naar beneden. Daarna werd alles razendsnel verspreid en verborgen. Dat gebeurde in een gebied waar ook het beruchte Kamp Erika in de buurt lag dus onder constante dreiging van ontdekking.
Maar dreiging werd soms opeens heel dichtbij. Haselhoff moest regelmatig onderduiken omdat de Duitsers hem op het spoor waren. En dan is er die ene datum die in de lokale verhalen heel precies terugkomt: 5 december 1944. Duitse bezetters deden een huiszoeking, en Haselhoff overleefde die “op wonderbaarlijke wijze” door zich te verstoppen onder een stapel aardappelzakken. Je kunt je voorstellen. Geen heroïsche filmactie maar een verstikkend stille minuut, waarin één kuch, één plank die kraakt, het einde kon zijn.
Dan komt begin april 1945. Rond de bruggen en het kanaal wordt zwaar gevochten. Op 5 april 1945 blazen Duitse troepen de Tonnendijkbrug op om de opmars van de Canadese Manitoba Dragoons te vertragen, en er zijn gevechten tussen lokale verzetsmensen en de Duitsers. Die dag vallen er ook bslachtoffers en wordt een groep inwoners gegijzeld een situatie die dreigde te escaleren.
Juist in die chaos komt Haselhoff opnieuw naar voren, niet alleen als verzetsman, maar als iemand die grenzen stelt. Direct na de bevrijding werd de hervormde Oranjeschool gevorderd, waar (vermeende) NSB’ers naartoe werden gebracht. De woede was groot, de roep om wraak ook. Maar Haselhoff maakte duidelijk: “Geen bijltjesdag.” Geen afrekening door de straat, geen willekeurde rechter moest later oordelen.
En dan terug naar dat ene huis. Aan de noordkant zijn volgens het lokale comité kogelgaten van de gevechten van 5 april 1945 nog zichtbaar. Het huis draagt dus letterlijk littekens van de bevrijding. Zijn lijfspreuk wordt ook genoemd. “Liever dood dan slaaf.” Het zijn woorden die passen bij iemand die in stilte leiding gaf, maar op beslissende momenten hardop koos voor vrijheid én voor recht.
Er is zelfs een foto die het moment markeert: Direct na de bevrijding poseert de groep van de Binnenlandse Strijdkrachten voor Hotel Koekkoek aan de Hoofdstraat, met Haselhoff als commandant in beeld. Het is een zeldzaam soort “stil bewijs”: gezichten, namen, een datum en de wetenschap wat eraan voorafging.
Frits Haselhoff overleed op 16 oktober 1985, 83 jaar oud. Maar zijn huis vertelt het verhaal nog steeds. Van verborgen radiosignalen, van droppings die alleen lukten door zwijgende steun, van een man die een oorlog overleefde onder aardappelzakken en die na de bevrijding juist voorkwam dat wraak de nieuwe wet werd.
Extra informatie over Hoofdstraat nummer 28: Bij die grote ruiten zagen de kinderen hoe hun vader Jan Jacob de Groot werd weggevoerd.











