
Loterij van het leven
wo 14 oktober 2026 even sTorenHet begon met een tv-spotje. Een reclame van de Staatsloterij, met een slagzin die eigenlijk prachtig haaks staat op alles waar zo’n loterij voor staat: Wacht niet tot geluk je overkomt. Een beetje flauw natuurlijk, uit de mond van een instantie die leeft van de illusie.
Mijn eigen gedachten gingen onwillekeurig terug naar 1982. Ik was net van de middelbare school, een diploma op zak van een technische opleiding die me tot over mijn oren had verveeld. En daar stond ik dan, op het absolute hoogtepunt van een economische crisis, samen met bijna achthonderdduizend andere werklozen. Niemand zat op mij te wachten. Ik voelde me knap verloren. Niet alleen omdat er buiten uitzendbureaus om geen droog brood te verdienen viel, maar vooral omdat ik totaal geen idee had wie ik nu eigenlijk was of wat ik met mijn leven wilde.
Als ik nu zie hoe jongeren worstelen met datzelfde gebrek aan perspectief, herken ik die verlamming meteen. Zelf iets opbouwen is tegenwoordig nog meer een hindernisbaan vol financiële en mentale obstakels. Alleen al op jezelf wonen is al een uitdaging, laat staan een huis kopen of voor jezelf beginnen. Als de wereld op slot lijkt te zitten, is de neiging groot om dan maar niets te kiezen. Maar nietsdoen is de snelste manier om jezelf kwijt te raken.
Zelfvertrouwen en geluk zijn geen gipsen beeldjes die je bij je geboorte meekrijgt. Zelfvertrouwen is een spier die je traint door te vallen en weer op te staan. Die van mij begon pas toen ik ging luisteren naar wat me wél raakte. Door te doen, op mijn bek te gaan, de blubber van mijn knieën te vegen en het met iets meer ervaring nóg een keer te proberen. Want elk zakelijk succes, elke juiste afslag in mijn leven, werd voorafgegaan door een moment waarop ik het even niet wist, maar toch besloot te handelen.
En voorspoed, of geluk als je het zo wilt noemen, dat is geen hoofdprijs, hooguit een bijproduct van moed die je niet uitdrukt in geld. Het is de voldoening die je voelt wanneer je terugkijkt op een weg vol kuilen en hobbels, en beseft: ik heb hem tóch mooi zelf gelopen.
Rudi Bults








