
Schoonspringer Bavi gaat voor goud
wo 24 januari 2024 HardenbergZijn echte naam is Yal Basht Bavi (74). Hij is geboren in Iran, het land dat hij samen met zijn vrouw 1987 verliet. “Wij vonden het niet meer veilig daar. De Islamieten hadden het land overgenomen. De vrouwen moesten gesluierd en voor het minste of geringste belandde je in de gevangenis. We vertrouwden die mensen niet meer. We hebben eerst een jaar in Amsterdam gewoond en later in Amersfoort. Vier jaar geleden is mijn vrouw overleden en ben ik hier aan de zestiende wijk in Dedemsvaart komen wonen. Mijn dochter woont hier naast me.” Bavi doet aan schoonspringen en wil in februari 2024 in Qatar (Doha) graag wereldkampioen worden.
Schoonspringen is niet een sport in Nederland die erg in de belangstelling staat. De bekendste Nederlandse schoonspringer was Edwin Jongejans (1965) die in 1991 wereldkampioen werd op de 1 meter plank. Zijn zus Daphne Jongejans (1965) deed drie keer mee aan de Olympische Spelen maar haalde geen medailles. Bavi komt zelf uit een hele sportieve familie. “Mijn oom was bondscoach in Iran en kreeg zelfs een standbeeld. Ik ben zelf begonnen met voetbal, maar kreeg op mijn twaalfde last van een springers knie (groei spurt). Mijn vader nam me toen mee naar het zwembad waar iemand les gaf aan een schoonspringer. Hij deed me voor wat ik moest doen, en deed het ook. Toen vertelde hij mijn vader, uw zoon heeft talent. Zo ben ik aan het schoonspringen begonnen. Ik mocht van mijn vader alle sporten doen, behalve boksen. Op mijn 20ste deed ik voor de militairen mee aan het WK voor militairen. In Iran moet je verplicht twee jaar het leger in. Ik won toen voor het eerst een medaille. Mijn vader en ik stonden allebei te huilen.”
Heel veel medailles
In het huis staat een grote paal. Behangen met allerlei medailles, want Bavi heeft heel wat gewonnen. EK’s , WK’s en niet te vergeten heel veel nationale titels. In 2022 werd hij in Rome Europees kampioen. Nu wil hij vlammen op het WK in Doha. “Er is een Amerikaan en een Engelsman, dat zijn mijn grote concurrenten. Het is een jurysport, al heb je soms wel het gevoel dat de ene wat meer mag dan de ander. We hebben vijf juryleden en de hoogste en de laagste vallen af en het totaal van de andere drie vermenigvuldigd met de moeilijkheidsgraad. Je kunt dus allebei het zelfde waarderingscijfer hebben, maar omdat de ene sprong moeilijker is kan de ander hoger scoren. Ik ga twee keer per week naar Amersfoort, want dat is het enige bad dat een 10m Toren heeft. Je hebt verschillende hoogtes, de 1 meter plank, de 3 m plank, die is lastig omdat die erg veert en dan heb je Toren. Boven de 70 mogen van 10m niet met het hoofd naar beneden, we moeten eerst met de voeten in het water landen. Je moet geen angst hebben. Ik hoop dat ik ze kan verslaan.”








