Afbeelding

Herinneringen aan de 2e Wereldoorlog

di 2 mei 2023 Hardenberg

Op 4 mei vindt de herdenking plaats van de oorlogsslachtoffers en vieren we onze bevrijding. Hieronder het verhaal van In dat kader wil ik u de herinneringen van mijn moeder, mevrouw RJ Tieman- Zweers, onder de aandacht brengen. Mijn moeder heeft heel haar leven in Anerveen en Hardenberg gewoond. Zij is helaas op 13 september 2022 op 91 jarige leeftijd overleden. Een jaar of 8 geleden heb ik haar gevraagd om haar herinneringen aan de 2e Wereldoorlog eens op papier te zetten.

Door Jan Tieman

Ik heb het destijds gebruikt in mijn klas ( ik was toen leerkracht op een basisschool) om het thema “de 2e Wereldoorlog” met de kinderen te bespreken. Het is altijd indrukwekkend om ervaringen uit de eerste hand te horen.

Het begon allemaal op een mooie dag in mei 1940. Ik was 9 jaar en had 4 grote broers boven mij. Mijn oudste broer Jan was al in militaire dienst, want het was mobilisatie. Hij was gelegerd aan de Grebbeberg. Op die bewuste dag in mei was ik bij mijn vriendinnetje aan het spelen. Maar tegen etenstijd moest ik altijd thuiskomen, zo ook die dag. Maar toen ik vlak bij huis was, zag ik allemaal soldaten om en nabij het huis. Mijn ouders hadden een buurtcafé, vandaar dat ze daar waren denk ik. Maar ik durfde niet naar huis met al die soldaten. De vader van mijn vriendinnetje heeft me toen naar huis gebracht.

Het waren Duitse soldaten, die lopend vanuit De Krim, richting Gramsbergen wilden. Mijn ouders woonden net tussen De Krim en Gramsbergen, dus  voor die soldaten een mooie tussenstop. Ze wilden zich wassen en scheren en mijn moeder moest grote pannen met water koken om in teilen te doen, zodat ze zich konden wassen en scheren. Ook kan ik me nog herinneren, dat ze alle repen chocolade opgegeten hebben, die mijn moeder op een standaard op de toonbank had staan. Van betalen was geen sprake en ze lieten m’n ouders met een grote puinhoop achter. Dat was m’n eerste kennismaking met de Duitsers.

Inmiddels trokken meer Duitse troepen Nederland binnen en was Nederland in oorlog:10 Mei 1940. In eerste instantie veranderde er niet zo veel, maar er was wel grote ongerustheid van mijn ouders over het lot van m’n broer Jan. Die was gelegerd aan de Grebbeberg en daar werd hevig gevochten. Ouders van een militair uit de buurt hadden bericht gekregen, dat hun zoon was gesneuveld. Dus de ongerustheid en de angst werd nog groter. Eindelijk, na enkele spannende dagen, moest Nederland de strijd opgeven. Maar niet nadat de soldaten zich dapper geweerd hadden.

De Nederlandse soldaten hadden verschillende bruggen opgeblazen waaronder de IJsselbrug, zodat de Duitsers er niet over konden. Maar het mocht allemaal niet baten, tegen zo’n overmacht kon je niet vechten. Dus moest Nederland zich overgeven….

Gelukkig kregen m’n ouders ook bericht van Jan, dat met hem alles in orde was. Een pak van hun schouders. In eerst instantie hadden we allemaal nog voldoende te eten. We hadden zelf een moestuin en verbouwden zelf veel groente en aardappelen. Maar naar mate de bezetting vorderde werd dat ook steeds minder. De mannen werden te werk gesteld in Duitsland, om in fabrieken te werken. Zo ook m’n twee broers, (Jan was inmiddels uit dienst) en Roelof. Ze moesten helemaal naar Kassel, een grote plaats in Duitsland. En omdat ze beiden toen timmerman waren, werden ze te werk gesteld in een timmerfabriek.

Het werken in die fabriek was ook geen pretje en ze kregen weinig te eten. Het was vnl. kool. Volgens m’n broers zat er overal kool door. Na de oorlog wilden ze nooit meer kool eten. En als m’n ouders de jongens eens een pakketje stuurden, was het onderweg open gemaakt en was de helft eruit verdwenen.

Roelof was ziek geworden, en moest opgenomen in het ziekenhuis. Toen hij daar lag, werd het ziekenhuis gebombardeerd. Jan hoorde dat, en is er direct naar toe gegaan, om te horen hoe of het met zijn broer was. Roelof was zgn. gewond aan zijn been en kon niet alleen lopen. Vandaar dat hij door verschillende dokters onderzocht werd, die tot de conclusie kwamen, dat hij naar huis mocht. Maar hij kon niet alleen reizen en daarom mocht Jan mee om hem te begeleiden. Maar Jan moest wel weer terugkomen, wat hij uiteraard niet deed. Dus moest hij onderduiken. Roelof heeft de rest van de oorlog met een stijve knie gelopen. Hij had zelfs een speciale trapper aan z’n fiets laten maken, zodat hij met een stijf been kon fietsen.

Ook was er steeds minder eten, vooral in de stad. Mensen uit de grote steden kwamen naar het platteland om wat eten te bemachtigen. Sommigen kwamen lopend met een handkar. Ook werd er veel geruild voor voedsel, waar sommige boeren weer misbruik van maakten. Ook kwamen er kinderen uit de stad.om op het platteland wat aan te sterken. Ook wij hadden een meisje uit Gouda. Gretha Wuiyster. Ik had altijd al graag een zusje willen hebben en nu had ik een stiefzusje.

‘s Avonds moest alles verduisterd worden, er mocht geen licht naar buiten schijnen en na 8 uur mocht je niet meer de straat op. Alle jonge mannen werden opgepakt om voor de Duitsers te werken, dus heel veel jonge mannen doken onder. Alle Joodse mensen waren al opgepakt en weggevoerd. Waarheen wisten we toen niet, we dachten naar Duitsland om te werken, maar dat bleek later niet zo te zijn. Ze werden allemaal in kampen gestopt, kregen weinig te eten, moesten hard werken en werden uiteindelijk allemaal vergast.

Zo kwamen er bij ons thuis ook twee onderduikers uit Coevorden, wat natuurlijk heel erg gevaarlijk was. Als de Duitsers of de N.S.B-ers, (dit waren Nederlanders, die met de vijand heulden, en je konden verraden) dit wisten, dan waren de rapen gaar. Je kon worden opgepakt en naar een concentratiekamp in Duitsland worden gestuurd. Dus alles moest in het geheim gebeuren. Je kon in die tijd niemand vertrouwen, zelfs je naaste buurman niet.

Roelof had ook helemaal geen stijve knie en als hij thuis was, liep hij gewoon. Maar zodra er ook maar iemand aan de deur kwam, liep hij weer met een stijf been. Niemand heeft het in die tijd ooit geweten. En wij hielden allemaal onze mond, hoe klein we ook waren. Je wist gewoon dat we er niets over mochten zeggen.

Mijn moeder werd, evenals veel andere moeders, steeds handiger om wat te eten voor ons te maken. Zo werd er van rode bietjes (uit eigen tuin) jam gemaakt, en van suikerbieten stroop en van aardappels aardappelmeel. Ze werd steeds vindingrijker. Dat moest ook wel, want er was niets meer te koop. Wel was er in die tijd een puntensysteem. Ieder persoon kreeg een stamkaart met de persoonlijke gegevens. Je kreeg dan bepaalde bonnen, waar je b.v. brood en andere levensmiddelen op kon kopen.

Zonder bonnen kon je helemaal niets krijgen, of het moest al zijn in de ‘zwarte handel’: Dat waren mensen, die de bonnen of levensmiddelen voor veel geld, of een ruilmiddel aan de man brachten: Foute boel natuurlijk. Wij thuis hadden ook een varken en die moest ook stiekem geslacht worden. Dat gebeurde dan vaak ‘s avonds, want ook dat mocht niet. Alles moest in het geheim, want als ze erachter kwamen, werd alles in beslag genomen, en had je weer helemaal niets. Als ze de kans kregen, pikten ze (de Duitsers) alles van je af. Zelfs van de mensen, die uit de steden kwamen naar het platteland voor wat eten, werden vaak in Zwolle bij de IJsselbrug tegengehouden en werd hun eten weer afgepakt. Hadden ze weer niets.

Intussen zaten mijn 2 broers, die ook in Duitsland waren geweest in het verzet. Dat was een geheime beweging, die probeerde de Duitsers een voet dwars te zetten. In eerste instantie wist m’n moeder dat niet, maar uiteindelijk hebben ze het haar toch wel verteld. Ze vond dat niet leuk, vooral omdat het levensgevaarlijk was als ze je snapten, dan kreeg je de kogel. Uiteindelijk is Jan op aandringen van moeder er mee gestopt. Roelof niet, die ging door. 

Fietsen met luchtbanden waren er ook niet meer. De banden waren inmiddels versleten en nieuwe banden waren niet meer te koop. In Lutten was een man, die van autobanden fietsbanden maakte. Maar er natuurlijk wel een las tussen en het trapte gewoon heel erg zwaar en het maakte ook een herrie. Als je aan kwam fietsen, kon men je in de verte al aan horen komen. M’n moeder had nog een fiets met luchtbanden, maar ook die fiets werd door de Duitsers gevorderd met nog veel fietsen meer. Ze werden allemaal naar de school gebracht. Nu had een ander vriendinnetje van mij een broer, die N.S B-er was. Ik vertelde hem dat ze mijn moeders fiets hadden afgepakt. Welke is het? vroeg hij. Kun je hem aanwijzen? Nu dat kon ik wel. Neem maar gauw mee zei hij, en maak dat je wegkomt. Ik vlug weg en moeder natuurlijk heel erg blij.

Op een kwade dag kwam er een Duitse officier bij m’n moeder aan de deur, met de mededeling, dat we inkwartiering kregen van Duitse soldaten. Dat was natuurlijk niet leuk en gevaarlijk, omdat we ook twee onderduikers boven hadden. Maar je had geen keus. ‘s Middags kwam er een grote legerauto, met allemaal stro. Dat werd in het café op de grond gelegd en daarover strozakken. Daar moesten de soldaten op slapen. Gelukkig waren ze overdag weg, zodat je nog een beetje vrijheid had. Als ik ging slapen, moest ik door het café naar boven, vond ik eerst wel eng, maar mijn vader ging mee en later was ik eraan gewend. Het waren best aardige jongens, want als ze een pan leenden om vlees (meest wild) te braden, lieten ze altijd een stukje vlees voor ons achter. Die jongens werden ook gestuurd moet je maar rekenen. Maar leuk was anders. De onderduikers boven moesten zich ook muisstil houden en mochten geen enkel geluid maken. Kort daarna werd een ander plekje voor ze gevonden, want het was te gevaarlijk voor mijn ouders.

En zo ging er jaar na jaar voorbij. Het eten in de steden werd steeds schaarser, en in de winter was er geen brandstof. De mensen gingen bomen kappen en sommigen verbranden hun huisraad om toch maar een beetje warmte te krijgen. Velen stierven van de honger en de kou. Vooral oudere mensen hadden totaal geen weerstand meer. Langzamerhand verloren de Duitsers toch meer terrein. En eindelijk in 1945 kwamen de Canadezen ons bevrijden en bliezen de Duitsers de aftocht. Maar ook dat ging niet zonder vlag of stoot.

Ik weet nog, dat de Duitsers vluchten, en dat we van m’n vader allemaal in de kelder moesten. Want de Duitsers schoten op alles wat maar bewoog. En ze kwamen langs ons huis, dezelfde route als 5 jaar geleden. Toen het veilig was, mochten we weer uit de kelder. Gelukkig hadden we een grote kelder. Na een paar dagen kwamen er in plaats van Duitse, Canadese soldaten langs, die sigaretten, biscuits, en chocola aan ons uitdeelden. We wisten niet wat ons overkwam en mijn vader rookte na lange tijd weer een echte sigaret. In de oorlog verbouwde hij tabaksplanten, de bladeren werden dan op zolder gedroogd en verkruimeld tot shag en daar werd een sigaret van gedraaid. De geur was verre van aangenaam vond ik.

De mensen die in de oorlog met de Duitsers heulden, werden opgepakt. Zo ook de meisjes en vrouwen, die met Duitse soldaten omgang hadden gehad. Die werden kaalgeschoren, wat hun verdiende loon was. Zo langzamerhand werden delen van Nederland bevrijd. M’n moeder vroeg aan Roelof, die nog steeds in het verzet zat, om er mee op te houden, want het was nu niet meer nodig vond ze. Maar Roelof schreef in een brief, dat eerst heel Nederland bevrijd moest zijn en als er wat met hem zou gebeuren, we dan maar moesten denken: Roelof heeft zijn plicht gedaan’ (die brief is in mijn bezit.) Niet kunnen denken, dat het al snel aan de orde zou komen. Want op een middag, kwam de dominee bij ons, met het ontstellende bericht, dat Roelof gesneuveld was. Iedereen had de vlag uit, omdat we bevrijd waren en bij ons was er onmenselijk veel verdriet om dat Roelof nooit meer thuis zou komen. Hij was nog maar 23 jaar, en nog een heel leven voor zich. Hij had Duitsland en het werk bij de ondergrondse allemaal overleefd en sneuvelt dan toch nog. Heel oneerlijk. Hij is met militaire eer begraven en er is een gedenknaald opgericht, maar daar heb je hem niet mee terug. Een vreselijke klap voor mijn ouders. Dat besef je pas, als je zelf kinderen hebt in die leeftijd. Ik moet er niet aan denken!

Er worden altijd veel lintjes uitgedeeld aan mensen die wat hebben gepresteerd of zo. Nu voor mij zijn m’n ouders echte helden, die een lintje hebben verdiend. Want met gevaar voor eigen leven, hadden ze en onderduikers en Duitse soldaten onder dak. En met hen nog veel meer anonieme helden, die nooit met name werden genoemd, maar heel veel goeds hebben gedaan. HULDE!!

Ja, en dat was het dan wel zo’n beetje wat ik me kan herinneren van de  2de Wereldoorlog. Ik weet dat ik lang niet alles heb opgeschreven, maar zo krijg je toch een kleine indruk, hoe ik als kind de oorlog heb meegemaakt. Het was altijd geen kommer en kwel hoor, want ik heb ondanks alles toch nog wel een mooie jeugd gehad. Ondanks alle beperkingen, was het vaak ook wel spannend. Ik sluit af met de wens, dat zoiets nooit meer gebeurt. Laten we dat hopen!!

RJ Tieman-Zweers

Spelers zijn: John Slettenhaar, Rudi Overweg, Hans Overweg, Henk Jans en Piet Kok (deze ontbreekt op de foto)
Flierefluiters 1 kampioen buurtbiljarten. Sport Ingezonden 4 uur geleden
Afbeelding
The Big Mix Music Festival op 30 mei in Slagharen Nieuws Ingezonden 4 uur geleden
Afbeelding
Vechtdal College Ommen fietst voor KWF Ommen 7 uur geleden
Afbeelding
Zomertennis in Dedemsvaart Sport Ingezonden 8 uur geleden
High school students walking on stairs between lessons in college building,sad schoolgirl sitting alone on staircase
Workshop Eerste Hulp bij Psychische Klachten in Hardenberg Hardenberg 8 uur geleden
Digitale krant

Agenda

Meer Agenda