
“Alleen landbouwgrond is echt circulair”
wo 6 juli 2022 HardenbergIn de landbouwsector wordt volop aandacht besteed aan nieuwe ontwikkelingen. In de media slokken die met betrekking tot stikstofuitstoot bijna alle aandacht op, maar op meerdere gebieden wordt al jaren gewerkt aan innovatie. In Lemelerveld werd donderdag een pilot afgerond waarbij restmateriaal zoals bermmaaisel wordt getest als bodemverbeteraar.
Voluit heet de pilot OMAB (Organisch (rest)Materiaal Als Bodemverbeteraar). In de pilot hebben agrariërs, gemeenten, waterschappen en de provincie Overijssel vijf jaar samengewerkt om te testen of organisch restmateriaal kan worden gebruikt om de vruchtbaarheid en het watervasthoudend vermogen van de grond te verbeteren. Als restmateriaal kan bermmaaisel worden gebruikt, maar ook plantaardig materiaal dat vrijkomt wanneer het waterschap de watergangen maait.
De pilot werd donderdag afgesloten met een slotmanifestatie bij Bram de Vos uit Lemelerveld, één van de deelnemende agrariërs. De Vos heeft een melkveebedrijf met een kleine boerencamping aan de voet van de Lemelerberg en raakte al vroeg geïnteresseerd in de mogelijkheid landbouwgrond te verbeteren met organisch materiaal: “De bodem bestaat hier uit lichtere zandgrond. Sinds de mestwetgeving is ingevoerd en we beperkt zijn in de hoeveelheid mest die we mogen gebruiken, hebben we moeite om de grond vruchtbaar te houden. Compost toevoegen kan ook niet zomaar want dat geldt voor de mestboekhouding als aanvoerpost. Maar bermmaaisel en plantenresten uit de watergangen gelden als restproduct, niet als aanvoerstof. Dat kun je als boer toch op de grond aanbrengen”.
Bokashi en Bioterra
Het restmateriaal wordt overigens niet rechtstreeks op het land gebracht. De Vos legt uit: “Het meeste maaisel komt in de zomer en najaar vrij, terwijl je het als boer pas in het voorjaar gebruikt. Gedurende de winter ligt het dus opgeslagen. Dan dient de vraag zich aan: wat doet het als je het ‘op de hoop zet’. Daarmee hadden we al enige ervaring in de vorm van een Bokashi-kuil. Daarbij wordt het restmateriaal samen met een kalkproduct en een bacteriemengsel ingekuild en luchtdicht afgesloten. Daardoor treedt fermentatie op, maar omdat de kuil luchtdicht is, zijn er geen inkuilverliezen. Ook is er een tweede methode ontwikkeld - Bioterra - waarbij al tijdens het maaien een (ander) bacteriemengsel op het maaisel wordt gespraid. Ook nu wordt het maaisel op de hoop gezet, maar niet luchtdicht afgesloten. Omdat er zuurstof bij komt wordt het materiaal niet gefermenteerd maar gecomposteerd. Het bacteriemengsel gaat daarbij stankontwikkeling tegen. De werking in de bodem is nagenoeg gelijk”.
Voor iedereen interessant
Het gebruik van restmateriaal is niet alleen interessant voor de boeren, maar ook voor waterschappen. Die hebben een taak om water langer vast te houden op de hoger gelegen gronden. Om hier droogte tegen te gaan en om te voorkomen dat men in de lager gelegen gronden natte voeten krijgt bij overvloedige regenval. Als landbouwgrond dankzij het gebruik van organisch restmateriaal water beter vasthoudt, en dit op grote schal kan worden toegepast, helpt dat het waterschap enorm bij het voldoen aan hun taak. Ook gemeenten hebben een belang bij deze toepassing van restmateriaal omdat zij daardoor hun bermmaaisel zien veranderen van een restproduct in een grondstof.
Er zit wel een addertje onder het gras. Het restmateriaal is alleen bruikbaar als dat schoon genoeg is voor toepassing op landbouwgrond. “Zwerfvuil mag er niet in zitten, maar ook geen exoten als reuzenberenklauw, akkerdistel en Japanse duizendknoop en jakobskruiskruid”, zegt De Vos. “Waterschappen en gemeenten moeten zorgen dat dit eruit gefilterd wordt. Bermen en sloten worden visueel geïnspecteerd. Uit ervaring weten ze dat binnen een straal van vijf kilometer rond een McDonalds geen materiaal naar de boeren kan, en ook het maaisel van bermen langs fietspaden waar veel jeugd fietst is onbruikbaar. Daarin zit zoveel afval dat schoonmaken te duur is. Bermen langs landelijke weggetjes en waterbergingen waar niemand komt zijn goed bruikbaar”.
Overheden zoeken intussen naar efficiëntere methodes. “De gemeente Dalfsen loopt hierin voorop, onder meer met een speciale app voor de medewerkers. Wie langs de weg zwerfafval of een exoot ziet, kan die app gebruiken om er een foto van te maken waarna de app er de gps-coördinaten aan koppelt. Medewerkers die aan het grasmaaien zijn krijgen vervolgens op hun tablet een melding dat ze dat stukje berm niet moeten maaien. Het zou mooi zijn als deze app ook voor burgers beschikbaar wordt”.
Effect?
Als onderdeel van de pilot is organisch restmateriaal vijf jaar lang toegepast op landbouwgrond op zes verschillende locaties. Elke locatie bestond uit een veld dat was behandeld met restmateriaal en één controleveld waarop geen restmateriaal werd aangebracht. “Metingen leren dat er in die vijf jaar nog geen significante resultaten zichtbaar zijn in het gehalte aan organische stof, maar dat er wel tendensen zijn in die richting. De vraag is nu of die tendensen doorzetten als je het gebruik van restmateriaal voortzet. Van esgronden weten we dat die ook niet in vijf jaar vruchtbaar zijn gemaakt, daar gingen meerdere generaties overheen”.
Een voortzetting van de pilot zou daar duidelijkheid in kunnen brengen, maar of die er ook komt is niet zeker. De Vos: “Inmiddels is Wageningen University & Research een vervolgonderzoek gestart naar het gebruik van organisch restmateriaal. Dit vervolgonderzoek is een kennisbundeling van de verschillende pilots die zijn gedaan. Nu dit onderzoek op wetenschappelijk niveau wordt voortgezet, vraag ik me af of wij ons er nog een aantal jaren aan moeten wagen. Er zijn ook andere projecten die heel interessant zijn. Tijdens de slotmanifestatie gaf Pieter van der Valk van de stichting Agricycling een presentatie over wat hij de totale kringloop noemt. Landbouwgrond is de enige grond die volledig circulair is, nutriënten kan omzetten van zowel organische als minder organische stoffen en daardoor alle reststromen kan circuleren, in principe ook menselijke reststromen. Op dit moment is rioolwater nog te onzuiver, onder meer vanwege medicijnresten en dergelijke. In de filosofie van Agricycling moeten boeren het voortouw nemen. Tegen de overheid zeggen, ‘kom maar op met die reststroom, maar dan moet het voldoen aan onze kwaliteitseisen’. Dan ziet de overheid: we kunnen dit hergebruiken, maar dan moet er dit en dat gebeuren voor de kwaliteit. Dan komt er misschien schot in. Wie weet wordt reststromen verwerken wel een nieuw verdienmodel voor de boer. Dit idee spreekt me aan omdat het de hele kringloop behelst, waarvan wij tot nu toe een klein stukje hebben gebruikt. We staan nog maar aan het begin…”.








