
Weduwe Kraak
di 3 mei 2022 HardenbergAaltje Cramer-Kraak zorgde er op 8 mei 1708 per ongeluk voor dat Hardenberg in een paar uur vrijwel volledig afbrandde. Over wat er precies gebeurd is zijn verschillende gedachten. Ze zou bij het zoeken naar garen in haar bedstee een kaars of kandelaar in haar bed hebben laten omvallen of een brandende olielamp te dicht bij het (waarschijnlijk rieten) dak gehouden hebben. Hardenberg bestond toen nog maar uit circa 100 huizen, met name van hout gebouwd. Ook door de sterke wind en maandenlange droogte greep het vuur snel om zich heen. Op de kerk, een school en vermoedelijk drie huizen na, werden alle gebouwen verwoest. Ook de kerkboeken gingen bij de brand verloren. (Bron: Wikipedia). De heer Jannes Kuik schrijft een gedicht hierover
Hardenberg
8 Mei 1708.
Weduwe Kraak.
Armoedig was de schippersknecht,
zijn broek tot de draad toe versleten, het leven was slecht.
Traag oogde zijn tred, onderweegs naar het strodaken huis,
het schamel bezit van schippersknechts moeder, weduwe Kraak.
“Ach moeder mijn broek zit vol gaten, kunt
u hem verstellen, u deed het zo vaak”.
“Natuurlijk mijn jongen, zal het garen gaan zoeken”
En warmde nog even haar handen boven het brandend fornuis.
Het garen waar.. was het gebleven, in de bedstee misschien?
De weduwe pakte een kaars, doorzocht bedstede’s hoeken.
In het schijnsel van licht, was het garen te zien,
ze strekte haar arm, met de kaars in haar hand.
Het arme schepsel viel toen voorover,
en was in de bedstee beland.
Er voltrok zich een drama, ze gilde in uiterste nood.
“Help me mijn jongen, de hel is nabij het huis staat in brand”.
Haar woorden verstokten, en de stad kleurde rood.
De andere dag waren dampende resten
het aanblik wat Hardenberg toen bood.
De school en de kerk werden bespaard,
er kon worden gebeden voor weduwe Kraak.
Het lot was haar gunstig gestemd. Men wilde geen wraak.
Jannes Kuik Schrijverscollectief Hardenberg




