
“Kijk naar ons als mensen” Aras (18) over het leven in het AZC van Hardenberg
wo 11 maart 2026 Hardenberg-Door: Bas Schipper- Het had eigenlijk al gesloten moeten zijn. Het asielzoekerscentrum (AZC) in Hardenberg zou op 8 maart dichtgaan. Maar omdat er in Nederland te weinig opvangplekken zijn, wonen er nog steeds honderden mensen. Eerder waren dat er zo’n zevenhonderd.
In de stad groeit de onvrede. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart in zicht klinkt vaak de slogan: afspraak is afspraak. Voor een deel van de inwoners is het duidelijk: het AZC moet sluiten. Maar achter de hekken wonen ook mensen met een eigen verhaal. Zoals Aras, een 18-jarige jongen uit Irak.
Opgegroeid in een tent
De familie van Aras behoort tot de jezidi’s, een religieuze minderheid uit Irak. In 2014 werd hun gemeenschap zwaar vervolgd door IS. Zijn oom werd vermoord omdat hij zijn geloof niet wilde veranderen.
“Duizenden mensen zijn toen vermoord,” vertelt Aras.
Na die periode groeide hij zeven jaar op in een tentenkamp in Irak. Echt veilig was het daar niet en naar school kon hij niet.
Toen hij dertien was, vluchtte hij samen met zijn oudere broer naar Turkije. Daarna gingen ze lopend verder naar Griekenland.
“Onderweg hebben we echt de dood gezien,” zegt hij. “We hadden geen eten en geen drinken. Alleen bos. Je loopt met mensen die je niet kent en je leven ligt in hun handen.”
Na bijna een jaar in Griekenland mocht hij doorreizen. Op zijn veertiende kwam hij in Nederland aan.
Een nieuw begin in Hardenberg
Na veertig dagen in het aanmeldcentrum in Ter Apel werd Aras overgebracht naar het AZC in Hardenberg. Inmiddels woont hij daar bijna drie jaar.
In die tijd probeerde hij een nieuw leven op te bouwen. Hij leerde Nederlands, ging naar school en begon een opleiding Zorg niveau 1 aan het Alfa-college. Daarnaast werkt hij in de horeca. Ook vond hij aansluiting bij de jongerengroep van kerk “De Wegwijzer”.
“Daar leer ik veel over hoe alles werkt in Nederland,” zegt hij. “En ik heb daar echte vrienden gemaakt.”
Protesten bij het hek
De sfeer rond het AZC wordt volgens Aras steeds grimmiger. Regelmatig staan mensen bij het hek om te protesteren. Ze roepen dat de bewoners weg moeten. Soms gaan de woorden volgens hem “ver over de grens”.
“Dat doet wel pijn,” zegt hij rustig. “Ze moeten gewoon naar ons kijken als mensen.”
Volgens Aras richt de negatieve aandacht zich vaak op een kleine groep bewoners die problemen veroorzaakt.
“Als een paar bewoners iets stelen, kijken mensen meteen naar iedereen.”
Ironisch genoeg werd Aras zelf ook slachtoffer van die problemen. In het AZC werd zijn kamer opengebroken en werden zijn laptop en telefoon gestolen.
“Ik weet wie het zijn,” zegt hij. “Maar ik kan er niets tegen doen.”
Leven met onzekerheid
De grootste zorg van Aras is zijn toekomst. Hij weet niet wanneer hij uit Hardenberg moet vertrekken en ook niet waarheen.
“Ik leef eigenlijk al heel lang met stress,” zegt hij.
Als hij moet verhuizen naar een ander AZC, raakt hij waarschijnlijk zijn school, werk en vrienden kwijt. Ook de contacten bij de kerk zullen dan waarschijnlijk verdwijnen.
“Je bouwt hier een leven op en dan moet je alles achterlaten en weer opnieuw beginnen.”
Nog groter is de angst dat hij moet terugkeren naar Irak. Zijn ouders wonen nog steeds in een tentenkamp en zijn ziek.
“Als ik terug moet, heb ik geen plek om naartoe te gaan,” zegt hij en zal ik worden vervolgd.
Toch probeert hij vooruit te kijken.
“Ik wil gewoon een goede toekomst opbouwen,” zegt Aras. “Maar ik ben bang dat alles wat ik nu heb, in één keer kan verdwijnen.”








