
Dansstudio danst bij André Rieu in Parijs
ma 4 maart 2024 HardenbergDansen bij André Rieu is niet voor iedereen weggelegd. Twee dansparen van Dansstudio Hardenberg doen het al acht jaar en vinden het nog steeds geweldig. Afgelopen zaterdag (2 maart) mochten ze in Parijs mee doen.
De paren Raymond Wigger & Lianne Omvlee en Jan Willem Oostingh & Heleen Oostenbrink vonden het weer een geweldige avond in de Accor Arena van Parijs. Volgens Heleen was het een extraatje voor het publiek. “We stonden niet op het programma, maar toen André Rieu vertelde dat er gedanst zou worden, ging er een golf van verwondering en verbazing rond. Vooral met dans erbij is het een groot feest, want dan komen de mensen in de benen. Vooral aan het eind dansen we met het publiek en dat wordt ontzettend gewaardeerd.” In totaal waren er 18000 toeschouwers in de Accor Arena in Parijs. Veder doen ze ook mee in Maastricht (op het Vrijthof natuurlijk), Amsterdam (Johan Cruyff Arena) en Antwerpen.
Heleen Oostingh vindt André Rieu een geweldige artiest. “Ik heb zoveel bewondering voor die man. Die man maakt zulke leuke en vrolijke muziek, dat is echt genieten. De mensen in de zaal genieten ook. Het is een sprookjeswereld met alleen maar blije mensen en speciaal ontworpen voor de dansers in ballroomkleding. We walsen natuurlijk heel veel, vooral op An der schönen blauen Donau gaat het publiek helemaal los.” Dit lied van Johann Straus is erg geliefd bij het publiek.
Voor de twee dansparen uit Hardenberg staat er nog meer op het programma. “Ik mag nog niet alles verklappen, maar er staat nog wel op de planning. Natuurlijk zijn we straks weer bij het kerstconcert op het Vrijthof in Maastricht, dat is wel vaste prik.”
Nadat André Rieu acht jaar geleden dans studio’s had gevraagd om dansers, hadden de dansers uit Hardenberg niet kunnen denken dan ze acht jaar later nog steeds gevraagd worden. “Je schrijft je in en dan word je uitgekozen. Dat is toch geweldig. We vinden het allemaal nog steeds leuk. Dat komt ook doordat je het publiek ziet genieten. We gaan nog wel even door.”





