
Spooradviseur ziet kansen voor station Bergentheim
vr 9 januari 2026 Hardenberg- Door: Grietje Grendelman - Een onafhankelijk spooradviseur heeft de Provincie Overijssel en de Statencommissie Verkeer & Vervoer geattendeerd op een gemiste kans bij de plannen voor extra haltes op de Vechtdallijnen. In een brief aan de commissie stelt hij dat de meest logische dienstregelingsvariant na de elektrificatie van het spoor helemaal niet is onderzocht. Hij stelt voor een korte ‘second opinion’ ui te voeren, aanvallend op de eerdere Movares-studie.
Volgens de adviseur was de elektrificatie van het traject Almelo–Marienberg juist bedoeld om de dienstverlening te verbeteren en het spoor aantrekkelijker te maken voor reizigers. “Electrisch rijden is op zich mooi, maar de echte kracht zit in het aanbieden van een snelle, directe verbinding richting Emmen”, schrijft hij. Door de treinen door te laten rijden in plaats van in Hardenberg te laten eindigen, ontstaan zowel reizigerswinst als een kostenvoordeel. Eerder onderzoek wees uit dat deze maatregel het aantal reizigers met 10 tot 30 procent kan laten stijgen.
Daarnaast zou de zogenoemde ‘omgekeerde Y-variant’ ook een praktisch probleem oplossen: de krappe keertijd in Hardenberg. Door de kering te elimineren, ontstaat bovendien ruimte om het station in Bergentheim snel en kostenefficiënt te heropenen. Dat zou de toegankelijkheid van het dorp aanzienlijk verbeteren en de kostendekkingsgraad van de Vechtdallijnen verhogen.
Een station in Bergentheim is al jarenlang een onderwerp van groot belang voor het dorp. Het voormalige station Bergentheim was een halte aan de spoorlijn Zwolle–Stadskanaal (NOLS) en werd geopend in 1905. In 1975 kwam er een einde aan het reizigersverkeer. Daarmee is Bergentheim inmiddels vijftig jaar verstoken van een treinstation.
De adviseur benadrukt dat de verbinding Almelo–Emmen ook een strategische stap is richting de Nedersaksenlijn. Groningen komt daardoor nog maar één overstap van Twente verwijderd, te weten die op de snelle Qliner, wat naar verwachting het aantal reizigers via de zogenaamde ‘Oost-Noord-corridor’ flink zal verhogen. “Een succesvolle tussenstap is goud waard, ook politiek,” aldus de brief.
De adviseur vindt het verbazingwekkend dat deze meest aantrekkelijk optie over het hoofd is gezien, ook omdat de, op zichzelf genomen behoorlijke kostbare elektrificatie, indertijd juist vanuit deze dienstregel visie was bedacht. “Kennelijk is die visie in de loop van de tijd verloren gegaan. Mogelijk heeft dit te maken met personele wisseling en/of pensionering bij de ambtelijke staf”.
Hij stelt voor om een korte ‘second opinion’ uit te voeren, aanvullend op de eerdere Movares-studie. Dit kan in overleg met vervoerder Arriva, zodat het materieel en de exploitatiekosten direct inzichtelijk worden. Vanuit de Statencommissie kan dit mogelijk snel worden geregeld via een motie die zich richt op het doorrijden van Almelo naar Emmen en de heropening van Bergentheim.
De brief sluit af met de bereidheid om de commissie of individuele leden verder te informeren over de mogelijkheden.







