
Kruserbrinkflats verdwijnen, maar de verhalen blijven
wo 7 januari 2026 Hardenberg- Door: Grietje Grendelman - Meer dan zestig jaar lang bepaalden de Kruserbrinkflats het gezicht van Hardenberg. Generaties bewoners vonden er hun thuis: jonge stellen begonnen er samen een nieuw hoofdstuk, kinderen speelden er op en rond de gebouwen, en veel mensen bleven er wonen tot op hoge leeftijd. Afgelopen zomer maakten de markante flats plaats voor nieuwbouw, maar niet zonder een waardig afscheid. Filmmaker Barbara de Baare legde de geschiedenis van de Kruserbrink vast in de documentaire ‘De Tijd voorbij’.
Barbara de Baare is documentairemaker en eigenaar van BKIJKS filmmakers; naast haar werk als regisseur en producent werkt ze als programmamaker voor diverse omroepen, waaronder KRO-NCRV en Omroep Gelderland.
De slechte staat van de Kruserbrinkflats en de al jaren voorgenomen sloop vormen de aanleiding voor een nieuwe documentaire over de Hardenbergse woonblokken. Volgens Barbara ontstond het idee onverwachts. “Ik was voor iets heel anders bij de woningstichting in Ommen toen de flats ter sprake kwamen”, vertelt ze. “Mijn nieuwsgierigheid was eigenlijk meteen gewekt”. De filmmaakster werkt vooral in het human-interestgenre, waarin de mens centraal staat. “Mensen vergroeien met de plek waar ze wonen. Als je die plek weghaalt, raken ze ontworteld”, vertelt Barbara. “Dat maakt dit soort situaties zo interessant om in te duiken”. Haar persoonlijke fascinatie speelt daarbij ook mee. “Ik ben nogal nostalgisch ingesteld en zie schoonheid in de vergankelijkheid van dingen”. Eerder overwoog Barbara al een film te maken over een te slopen wijk in Arnhem. “Het verhaal van de Kruserbrink bracht al die elementen samen”, laat Barbara weten.
Geen levendigheid meer
Barbara merkte tijdens het filmen meteen dat het gebouw zijn levendigheid had verloren: geen kinderstemmen, kookgeuren of gezellige balkons meer. Terwijl er vroeger zoveel mensen hadden gewoond en geleefd, voelde het nu leeg en verlaten. Dat sterke contrast maakte haar nieuwsgierig naar de verdwenen verhalen en herinneringen die ooit in het gebouw aanwezig waren.
‘Vergeten archieven’
Het verzamelen van verhalen en herinneringen begon voor Barbara met een klein zetje van de woningstichting, die haar een eerste lijstje met namen van (oud-)bewoners gaf. Vanaf dat moment kwam alles vanzelf op gang. Ze belde bij mensen aan, maakte praatjes onder de balkons, en langzaam maar zeker ging het van mond-tot-mond. Haar lijst met contactpersonen groeide snel. Ook op sociale media werd volop gesproken over de tijd in de flat, en Barbara probeerde met iedereen contact te leggen die daar voorbijkwam. Soms moest ze maanden achter iemand aan voordat het lukte. Ze vroeg de bewoners om diep in hun geheugen te graven en op zolders en in schuurtjes te zoeken naar oude foto’s, filmpjes of documenten. Dat leverde onverwachte schatten op: “vergeten archieven die al jaren lagen te ver stoffen”.
“Viel niet mee”
Toch merkte Barbara al snel dat het niet eenvoudig was om bewoners en oud-bewoners te vinden die wilden meewerken. Mensen in Hardenberg bleken soms wat schuw, en dat zij zelf niet uit Hardenberg kwam, hielp niet mee. Veel van hen wilden liever niet in beeld komen of op de voorgrond treden. Regelmatig werd haar zachtjes een andere naam ingefluisterd, met het advies: “Probeer het daar eerst maar”. Het was begrijpelijk dat mensen terughoudend waren wanneer een onbekende belde met de vraag om mee te werken aan een film over een plek waar ze misschien al jaren niet meer waren geweest.
Barbara liet zich echter niet ontmoedigen. Door vol te houden kreeg ze uiteindelijk toegang tot veel bijzondere verhalen en herinneringen. Ze besloot bovendien om de interviews als audio-opnames te doen in plaats van met de camera, waardoor de drempel voor de bewoners lager werd. Dat maakte mensen opener en leverde uiteindelijk de mooiste gesprekken en beste ideeën op.
“Samen opgroeien”
Twee vriendinnen die aan het woord zijn in de documentaire zijn Herma Hultink en Linda Bakker, beiden 62 jaar, twee vrouwen die niet alleen aan de Kruserbrink woonden maar ook samen opgroeiden. Herma lacht wanneer ze terugdenkt aan de plek waar alles voor haar begon. “Ik ben in 1963 geboren op nummer 143. Ik heb er tot december 1975 gewoond”, vertelt ze. “Het was een leuke kindertijd. Er waren altijd heel veel kinderen om mee te spelen”. Ook Linda, die in 1984 in de flat kwam wonen, herinnert zich de Kruserbrink als een warme en levendige buurt. “Ik was 21 toen ik er kwam. We woonden vierhoog en hadden een prachtig uitzicht”, zegt ze. “Het waren een paar hele mooie jaren aan de Vecht”. Herma vertelt: “Linda en ik waren toen al vriendinnetjes en speelden vaak samen in en rondom de flat”.
Eén van haar meest levendige herinneringen speelt zich af op diezelfde flathelling. “Op de rolschaatsen de helling naar de schuren af, snel de bocht nemen en aan de andere kant weer omhoog. En nog een keer…,” zegt ze, alsof ze het zo weer kan voelen.
Linda heeft een ander iconisch Kruserbrink moment: “We schoven onze kano door het raampje van de schuur naar buiten, zo het gras op. En dan lekker kanoën op de Vecht. Na afloop ging de kano door hetzelfde raampje weer naar binnen. Het was precies op de hoogte van het grasveld, ideaal”. Hoewel de dames zich geen specifieke tradities of vaste ontmoetingsplekken kunnen herinneren, was de sfeer volgens hen uniek. Het leven speelde zich af tussen de flats, op het gras en langs de Vecht, vanzelfsprekend en vertrouwd.
“Paradijsje achterlaten”
“Eén van de personen die echt moeite had met afscheid nemen van de flat is Henk. Henk is in de flat geboren net na oplevering van het gebouw en woont er zestig jaar later nog. Voor hem voelde verhuizen alsof hij zijn eigen paradijs moest achterlaten, een plek die hij zelf had opgebouwd en waarin hij nooit iets anders verlangde. Terwijl hij langzaam zijn spullen naar zijn nieuwe woning verhuisde, werd zichtbaar hoe zwaar dit afscheid hem viel. Zijn innerlijke strijd en verdriet maken het vertrek emotioneel geladen”, laat Barbara weten. In de film probeert Barbara dit gevoel zo tastbaar mogelijk over te brengen op de kijker.
Ook Herma en Linda raakte de sloop van de flats. “Jammer”, zegt Herma eenvoudig maar voelbaar. “Veel leuke jeugdherinneringen”. Linda ervoer hetzelfde. “Heel jammer. De flats hoorden zo bij Hardenberg. Veel mensen hebben daar mooie tijden beleefd. Wij ook”.
Barbara vertelt over de sociale samenhang in de Kruserbrink. “In een flat woon je dicht op elkaar, waardoor samenleven vanzelfsprekend wordt. Buren pasten op elkaars kinderen, schoven aan wanneer er weinig geld was en hielpen bij praktische zaken zoals naailes of het tillen van wasmachines en kinderwagens zonder lift. Niet iedereen had werk of een auto, maar men stond altijd voor elkaar klaar. Het was pure ‘noaberschap’, en sommige buren zijn vijftig jaar later nog steeds bevriend”.
‘Fotoboeken in de hand”
Op de vraag welke scenes of momenten hebben de meeste indruk op u gemaakt, antwoordt Barbara het volgende: “Een aantal oud-bewoners keerde met mij terug naar hun voormalige woningen in de flats, vlak voordat de sloop zou beginnen. Binnen was het ijzig koud, maar voor hen voelde het bijzonder en hartverwarmend om nog eens terug te kunnen keren. Herinneringen aan vroeger stroomden rijkelijk over hun lippen. Met fotoboeken in de hand wezen ze precies aan wat er ooit aan de muren van hun slaapkamer hing en welke kleur de gordijnen hadden. Dit moment bevestigde voor mij het belang om deze herinneringen in de film extra tot leven te brengen”.
“Zichtbaar en voelbaar”
Barbara: “Met deze documentaire wil ik meer achterlaten dan alleen een film. Het verdwijnen van het gebouw is voor mij een moment van reflectie geworden, een viering van de collectieve herinneringen die er zijn ontstaan. Als filmmaker raakte mij de sociaal-maatschappelijke kracht van een flat die na zestig jaar dienst verdwijnt, maar waarvan de verhalen blijven. In die sloop schuilt onverwachte poëzie: een gebouw verdwijnt, maar wat blijft is cultuur en erfgoed. Deze film wil dat zichtbaar en voelbaar maken””.
De première van de documentaire vindt plaats op dinsdag 13 januari 2026 in Theater De Voorveghter in Hardenberg.



















