
De laatste dag
zo 4 mei 2025 Hardenberg- Door: Ellen Hamberg - Een verhaal over de dag voor de bevrijding (5 april 1945) van Hardenberg. Het verhaal is gevormd door de herinneringen van mijn opa Freek Hamberg uit Hoogenweg.
De loop van de pantserwagen glinsterde in de middagzon. Het gevaarte was legergroenen bijna identiek aan de wagens die de afgelopen vijf jaar door de straten reden. Al zat er een kanaal tussen mij en de tank, veilig voelde ik me niet. Mijn oren tetterden nog na van de knal die de brug naar onze bevrijding in stukjes had geblazen. De Duitsers deden er alles aan om de geallieerden tegen te houden.
In de verte bewoog een stoet moffen. De dikke, rode band om hun bovenarm kende ik maar al te goed. De rubberbanden kwamen in beweging en klauwden door het mulle zand. Een grote wolk van stof dwarrelde neer over het kanaal. Al rijdend draaide de loop van de wagen zich op de moffen die ondertussen in paniek alle kanten opschoten.
‘Geertje, Freek, nu weg bij het raam!’ riep mijn vader gespannen. We aarzelden niet en renden achter onze ouders aan naar de schuur. We doken plat op de grond. De kogels ratelden in een ritmisch, oorverdovend tempo. Ik hield mijn handen op mijn oren en bad dat ons huis niet geraakt werd. Na minuten die als uren voorbij tikten, voelde ik de hand van mijn vader op mijn schouder. Ik opende mijn ogen. Er gleed een zucht over mijnlippen. Iedereen was ongedeerd.
‘Is… is het nu echt voorbij?’ vroeg mijn zusje. We keken alle drie verwachtingsvol naar pa. Hij slikte en kwam overeind. ‘Ik ga buiten kijken wat de schade is.’
Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en glipte langs de graaiende handen van ma mijn vader achterna.
De moffen waren van de weg verdwenen. Er lagen geen lijken op het pad. ‘Ze zijn naar Vugteveen gevlucht,’ zei pa. ‘Ik zag een laatste paar moffen door het weiland rennen naar zijn schuur.’ In de verte klonk geschreeuw in een onbekende taal. Mijn vader draaide zich snel om en drukte me in de richting van onze achterdeur.
Mijn mond werd droog. ‘Moeten we de bevrijders…’ voordat ik mijn zin kon afmaken begon het geratel weer. Pa en ik doken achter de buitenmuur op de grond. Een enorme knal galmde over het land. Met grote ogen keken we elkaar aan. Dat was ander geschut. Toen volgde de stilte. Geluidloze minuten waar zelfs de vogels en de wind niets meer zeiden. Ik ademde diep in en uit om mijn hart tot bedaren te brengen. De geur van rook drong mijn neus binnen. We sprongen overeind en renden naar de rand van het erf. Het dak van de boerderij van de buurman was in een oranje vlammenzee veranderd. De moffen stonden met hun handen in de nek voor de boerderij, in bedwang gehouden door het geweer van een bevrijder. Geertje en ma voegden zich bij ons. ‘O nee…’ mompelde ma geschrokken.
‘Freek en ik gaan helpen, jullie moeten bij opoe blijven,’ zei pa. Maar toen we aankwamen bij de boerderij was het al te laat. De familie stond op een afstandje te kijken hoe de rode bakstenen zwart blakerden. In het kanaal dobbertje een roeibootje waarmee de bevrijder naar de overkant had kunnen komen. De man schreeuwde tegen de moffen en ze kwamen in beweging. Hun laarzen sloften door het mulle zand. Van de strakke, vastberaden pas was niets meer over.
Voor het eerst in vijf jaar kon ik vrijheid ruiken. Nog één dag moesten we doorstaan. Nog één dag, om vrijheid te kunnen aanraken, vasthouden en nooit meer los te laten.
Sommige mensen hebben vrijheid niet meer leren kennen. Zij sterven in de oorlog, op de eerste of laatste dag. Mijn opa Freek Hamberg is elf als Hardenberg wordt bevrijd. Zijn herinneringen laten zien dat vrijheid ook in Nederland niet vanzelfsprekend is. Alleen samen kunnen we het koesteren.










