Je kunt het niet altijd krijgen zoals je het hebben wilt in het leven
do 23 april 2026We hebben een minderheidskabinet. Ik vind het mooi. Het midden moet zien te onderhandelen met links én met rechts. Soms krijgt de links z’n zin en rechts dus niet. En soms is het precies andersom. Dat is een belangrijk ding in het leven: omgaan met wat wél meezit en blij maakt én met dat wat niet lukt en soms pijn doet.
Ik ben 14 als ik mijn eerste serieuze verkering krijg met “Rineke”. Haar vader is net als de mijne dominee. Een bijzondere man: hij heeft kinderpolio gehad en loopt moeizaam (waggelt!) en is dus klein. Iedereen heeft respect voor hoe hij daarmee omgaat en in het leven staat. Na een maandje maakt Rineke het uit en krijgt ze verkering met mijn beste vriend Bram.
Auw, dat doet zeer voor de vriendschap én het ego van de 14jarige. Ik raak ondertussen bevriend met Rineke’s broer, “Frits”. Als de relatie van Rineke met Bram ook uitgaat is dat wel goed voor de vriendschap van Bram en mij. Rineke heeft ondertussen een nieuwe vriend, zoals dat gaat met pubers, geen kwaad woord over haar.
Sinterklaas nadert en Frits heeft zijn zus als lootje. Ik hou wel van gedichten schrijven en wil Frits wel even helpen bij het gedicht van zijn zusje. Sinterklaasgedichten zijn om wat te plagen, maar niet geschikt als uitlaatklep voor gekwetste ego’s. Frits en ik ruiken allebei wat onraad over z/mijn gedicht: kán dit wel? We besluiten het aan zijn vader te vragen. Die leest het staande. Ik ben als 14jarige anderhalve kop groter dan hij, hij twee-en-een-halve kop wijzer dan ik.
Hij kijkt me aan met milde, weemoedige en humoristische ogen en zegt (uit zijn mond klinkt het zeer overtuigend): Wim, je kunt het in het leven niet altijd krijgen zoals je het hebben wilt. Ik ben de les nooit vergeten en als het tegenzit in het leven denk ik nog vaak terug aan de vader van Rineke. Ik gun zijn les als troost aan iedereen. Tot en met de politici in Den Haag.