Hardenberg

Vechtstromen wil bodem verbeteren met biomassa

Door de redactie

Waterschap Vechtstromen wil de biomassa die vrijkomt bij het maaien van rivieren, beken en sloten kunnen inzetten als bodemverbeteraar. Onder de huidige wetgeving is dat echter niet mogelijk. Door een zienswijze in te dienen op een wijziging van het Landelijk Afvalbeheerplan hoopt Vechtstromen hier verandering in te brengen.

Tijdens het maaien van rivieren, beken en sloten komt maaisel vrij. Vechtstromen neemt, samen met LTO en diverse gemeenten ¿ waaronder Twenterand ¿ al een tijdje deel aan een proefproject waarbij agrariërs het maaisel gebruiken als bodemverbeteraar. Door de toevoeging van organische stoffen, zoals het maaisel, verbetert de sponswerking van de bodem waardoor de grond water beter kan vasthouden. Dat maakt de agrariërs minder kwetsbaar voor droogte, helpt het tegengaan van de gevolgen van klimaatveranderingen (meer opslag en vasthouden van neerslag) en vermindert de uitspoeling van meststoffen naar het oppervlaktewater waardoor ook de kwaliteit daarvan verbetert. Daarmee draagt het ook bij aan de circulaire economie.

De vraag naar inzet van deze biomassa als bodemverbeteraar groeit. In de huidige wetgeving wordt het maaisel echter als afvalstof gezien en kan het enkel tijdens proeven als grondstof worden ingezet. Waterschap Vechtstromen heeft daarom een zienswijze ingediend op de tweede wijziging van landelijke wetgeving, het zogenoemde landelijk afvalval beheerplan (LAP3). Vechtstromen hoopt daarmee aanpassing van de regelgeving rond de circulaire inzet van biomassa te stimuleren.