Twenterand

Het Volk wil toneelminnend Twenterand verrassen

Door de redactie

Laat je verrassen door de rijke, geestige dialogen en de humor waarmee toneelgroep Het Volk keer op keer 'mannelijk onvermogen' weet vorm te geven. In 'Het vermoeden van Poincaré' zijn twee heren voor langere tijd tot elkaars aanwezigheid veroordeeld, omdat het Alpenchalet waarin zij zich bevinden door hevige sneeuwval geïsoleerd is geraakt. Door de situatie worden ze gedwongen elkaar beter te leren kennen, maar de taal blijkt een enorm obstakel in het wederzijds begrip. Ze spelen op zaterdag 5 oktober in theater Het Punt. De voorstelling begint om 20.00 uur.

Bert Bunschoten en Wigbolt Kruijver richten in 1976 een nieuw toneelgezelschap op. Ze willen toegankelijk en herkenbaar theater maken waarin hun liefde voor de Nederlandse taal voorop staat. Maar hoe komen de heren nou op het maken van een toneelstuk gebaseerd op een wiskundig vermoeden van Poincaré? "Een eenvoudig bericht in een krant bracht ons op het idee. In het artikel werd over het Vermoeden van Poincaré gesproken als onbegrijpelijke wiskundige stelling. Juist die abracadabra inspireerde ons", zo verwoordt Bert Bunschoten. "Raadselachtigheid en vervreemding tegenover de alledaagse werkelijkheid. Dat roept vragen op bij de kijker en biedt stof tot nadenken, dat boeit ons". Daarom passen de heren in hun toneelstukken ook altijd het absurdistische element (iets wat niet gangbaar of gewoon is) toe.

Een ander terugkerend thema in de voorstellingen van Het Volk is het mannelijk onvermogen. "De eeuwige strijd van de man om zich op een bevredigende wijze door het leven heen te werken, het is op duizenden manieren vorm te geven. De man is en blijft een van de meest trieste schepsels die zich op deze aarde voortbeweegt", zo verwoordt Wigbolt Kruijver.