Hardenberg

Hardenberg onderzoekt Joods vastgoed

Door de redactie

Het college van B en W van de gemeente Hardenberg heeft besloten om een internarchief onderzoek in te stellen naar de mogelijk rol van de gemeente bij onteigening van zes in de zogenaamde "Verkaufsbüchter' voorkomende gevallen waarin tijdens de Tweede Wereldoorlog Joods vastgoed is onteigend/geroofd.

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) is vastgoed dat eigendom was van Joodse inwoners op grote schaal onteigend (geroofd). Het vastgoed is vervolgens verkocht, terwijl de eigenaren ondergedoken zaten of weggevoerd waren naar kampen. De Duitse bezetter hield de administratie van die verkopen (in totaal meer dan 7.000) gedetailleerd bij in zogenaamde "Verkäufsbücher". Sinds medio 2019 is deze administratie door het Nationaal Archief, in samenwerking met het Kadaster, gedigitaliseerd. Voor Pointer (een platform van onderzoeksjournalisten van KRO-NCRV) vormde dit aanleiding om op zoek te gaan naar de verhalen achter deze onteigeningen. Pointer heeft veel gemeenten benaderd. Begin 2020 heeft Pointer ook de gemeente Hardenberg benaderd met de vraag of zij in beeld hadden of ook in de gemeente Hardenberg sprake was van Joodse panden die onteigend waren. En wat de rol van de gemeente hierbij was. Deze informatie was toen niet direct voorhanden. Hiervoor zou nader onderzoek in het archief nodig zijn.

Nader onderzoek

Pointer heeft vervolgens zelf nader onderzoek gedaan naar Joods vastgoed in Nederland, waarbij sprake zou kunnen zijn van onteigening en heeft de resultaten gepubliceerd. Dit was voor veel gemeenten aanleiding om nader onderzoek in te stellen. Inmiddels hebben meer dan 30 gemeenten onderzoeken gestart naar hun (mogelijke) rol bij onteigening. De Stentor heeft in januari 2021 drie Vechtdal gemeenten benaderd. De gemeente Dalfsen heeft al onderzoek gedaan en de gemeente Ommen heeft ook laten weten een onderzoek te gaan instellen.

Zes locaties

Uit de informatie van Pointer blijkt dat in de "Verkäufsbücher" op het grondgebied van de huidige gemeente Hardenberg, dus de voormalige gemeenten Avereest, Gramsbergen en de 'oude' gemeente Hardenberg, zes locaties van Joods vastgoed naar voren komen. Hierbij is mogelijk sprake geweest van onteigening en verkoop. Het gaat om twee locaties in Balkbrug (voormalige gemeente Avereest); één locatie in Gramsbergen (voormalige gemeente Gramsbergen); drie locaties in stad Hardenberg ('oude' gemeente Hardenberg). Hoewel direct betrokkenen of nabestaanden de gemeente Hardenberg of de voorgangers Avereest en Gramsbergen nooit gevraagd hebben om zo'n onderzoek uit te voeren, wil het college geen afwachtende houding aannemen.

"Het gemeentebestuur hecht veel waarde aan het herdenken van de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog. Dit blijkt uit de belangrijke bijdrage van de gemeente aan de viering van 75 jaar vrijheid. Dit zou een besluit tot het niet in (willen) stellen van een onderzoek naar de mogelijke eigen rol op het terrein van de onteigening en verkoop van Joods vastgoed minder begrijpelijk maken', aldus het collegevoorstel aan de gemeenteraad.

Vervolg stappen

"Mocht wel blijken dat de gemeente een rol heeft gespeeld, dan moet bekeken worden welke gevolgen dat heeft en wat de eventuele vervolgstappen zijn. Dan komen vragen aan de orde als: was de rol/betrokkenheid van de gemeente onrechtmatig en heeft die geleid tot nadeel/schade voor betrokkenen? Als het antwoord daarop bevestigend luidt, komt de vraag aan de orde: is er aanleiding om betrokkenen enige vorm van compensatie te bieden? Een en ander is uiteraard ook afhankelijk van het antwoord op de vraag, of er dan nog (nabestaanden/erfgenamen) van benadeelden zijn of kunnen worden getraceerd Mocht wel blijken dat de gemeente een rol heeft gespeeld, dan moet bekeken worden welke gevolgen dat heeft en wat de eventuele vervolgstappen zijn. Dan komen vragen aan de orde als: was de rol/betrokkenheid van de gemeente onrechtmatig en heeft die geleid tot nadeel/schade voor betrokkenen? Als het antwoord daarop bevestigend luidt, komt de vraag aan de orde: is er aanleiding om betrokkenen enige vorm van compensatie te bieden? Een en ander is uiteraard ook afhankelijk van het antwoord op de vraag, of er dan nog (nabestaanden/erfgenamen) van benadeelden zijn of kunnen worden getraceerd".

Het onderzoek kan door een archiefmedewerker in twee dagen worden uitgevoerd.