Ommens nieuws

Geen detailhandel op bedrijvenpark Alteveer

Door de redactie

Het college van B&W van Ommen werkt niet mee aan het verruimen van de mogelijkheden voor het verhandelen van goederen op het perceel Vermeerstraat 1 op bedrijvenpark Alteveer in Ommen. LenF Industrial BV had daarvoor een principe-verzoek ingediend om ter plekke onder meer restpartijen te kunnen verkopen dan wel veilen. De gemeente vindt detailhandel op deze locatie echter ongewenst, omdat het ten koste kan gaan van de vitaliteit van het centrum.

LenF Industrial had het verzoek ingediend voor een potentiële huurder van een unit die in het bedrijfsgebouw restpartijen tuinartikelen, bouwmaterialen, keukens, woninginrichting, sanitair en dergelijke wil aanbieden aan bedrijven. De diverse partijen aan goederen worden na verkoop, al dan niet via de webwinkel, bij de afnemers op locatie bezorgd. Het betreft hier dus groothandel. Betrokkene wil daarnaast kleinschalige of nabijgelegen afnemers de mogelijkheid bieden om bestelde goederen zelfstandig, al dan niet op afspraak, op de locatie Vermeerstraat 1 te halen. Ook wil hij één of twee keer per maand, bij voorkeur op zaterdag, verkoopmomenten of veilingen houden, waarop (eenmalige) partijen aan goederen worden verkocht. Hierbij is sprake van detailhandel waarbij de verkoop plaatsvindt aan de Vermeerstraat 1.

Groothandel of detailhandel

Het bewuste perceel heeft de bestemming 'Bedrijventerrein (artikel 3)' met de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2'. Dit betekent dat een groothandel in diverse producten is toegestaan. De gewenste handel in restpartijen in genoemde categorieën afgezet bij bedrijven is daarmee in overeenstemming met het bestemmingsplan. Dat geldt ook voor de voorgenomen detailhandel via de webwinkel. Het verzoek is niet in overeenstemming met de planregels voor zover het detailhandel betreft, te weten het bedrijfsmatig te koop aanbieden aan particulieren. Ook de periodiek te houden verkoopmomenten en de veiling worden gezien als detailhandel en zijn daarmee strijdig met het bestemmingsplan.

Bovendien heeft het college in het Gemeentelijk Ontwikkelingsplan vastgelegd dat het winkelvoorzieningen wil concentreren in het kernwinkelgebied van Ommen. Een aantrekkelijke winkelomgeving in het centrum is van belang voor de instandhouding van het voorzieningenniveau voor de eigen bevolking, maar ook voor het functioneren van de toeristisch-recreatieve sector. Door de opkomst van internetwinkels zullen er naar verwachting al veel winkels in winkelcentra verdwijnen. Om het winkeliers in het centrum niet nog moeilijker te maken wil de gemeente detailhandelsontwikkeling op locaties buiten het centrum tegengaan. Want dat zou een structurele concurrentie voor het kernwinkelgebied van Ommen betekenen.

Gevolgen voor bedrijven

Tot slot oordeelt het college dat het toestaan van detailhandel negatieve gevolgen kan hebben voor de bedrijven op bedrijventerrein Alteveer. Productiebedrijven kunnen overlast veroorzaken in de vorm van geur, geluid en visuele overlast. Op bedrijventerrein moeten deze productiebedrijven normaal kunnen functioneren zonder zich druk te hoeven maken over overlast op of door het winkelende publiek.

Al met al concludeert het college dat het verzoek in strijd met het gemeentelijk en provinciale beleid en dat daarom geen medewerking kan worden verleend aan het verzoek.