Hardenberg

De jeugd komt graag en in toenemende mate naar het Poolcentrum

Door de redactie

"Hé bro"... de jongeman lacht breeduit terwijl hij een leeftijdsgenoot begroet, waarna het tweetal zich meteen mengt onder tientallen andere bezoekers. Er wordt gepraat, gepoold, gedart. De sfeer is aangenaam, positief, levendig. "Leuke luitjes allemaal", zegt Louis Gordeau met een blik op zijn clièntele op de gewone, doordeweekse middag. De eigenaar van het Poolcentrum doelt op de jeugd van twaalf tot achttien jaar, waarvoor de horecaondernemer sinds begin dit jaar het Poolcentrum wekelijks minimaal een middag openstelt bij gebrek aan een heus jongerencentrum, waar de jeugd naar snakt.

"Ik kom hier vaak omdat er elders weinig voor ons te doen is en ook nergens ruimte is voor ons", zegt Jelle Jans uit Hardenberg. Hij geeft aan dat buiten zitten feitelijk geen optie is voor de jeugd. "Zodra we bijvoorbeeld ook maar even met een groepje vrienden op het parkeerdek zitten, komt de politie en dan worden we op basis van 'samenscholing' vaak weggestuurd. Incidenteel zijn er natuurlijk wel eens wat evenementen, zoals het Pleinfeest of een Free Style Evenement, waar wij naar toe kunnen, maar er is geen onderkomen waar de jeugd elke dag naartoe kan. Om te chillen, om samen met leeftijdgenoten te zijn, leuke dingen te doen. Gewoon leuk met elkaar", meent Jelle.

Ontmoetingsplek

De 16-jarige is één van een steeds groter wordende groep jongeren, die wekelijks naar het Poolcentrum komt. Het horecabedrijf aan de Markt is de ontmoetingsplek voor de jeugd geworden. "Het voorziet duidelijk in een behoefte", meent Gordeau, die wekelijks gemiddeld zo'n vijftig jongeren mag verwelkomen. Jongeren, die in het Poolcentrum kunnen bijpraten, maar ook een spelletje kunnen spelen in de vorm van poolen, FiFa-spelen of darten. Jongerenwerker Kelly van Ginkel weet erover mee te praten. Zij is ontzettend blij met het aanbod van Gordeau begin dit jaar om het Poolcentrum af en toe open te stellen voor de jeugd. "Ik weet zeker dat de rapportcijfers van de politie straks aan zullen tonen dat er geen meldingen van jeugdoverlast zijn geweest op het moment dat het Poolcentrum open is".

Gordeau onderschrijft het van harte. Hij weet nog dat politie en gemeente aan het begin van dit jaar, op basis van grote problemen met drugsoverlast door jeugd, een plan hadden om alle kroegen drugsvrij te maken. "Natuurlijk ben ik daar voor, maar alleen daar op in te steken leek mij dweilen met de kraan open. Dat alleen is niet de hele oplossing. Mijns insziens is het belangrijk te zorgen dat je het niet interessant maakt voor de jeugd om aan drugs te beginnen. Kortom, iets anders bieden dan 'hangen op straat'. Op basis van dat idee heb ik het Poolcentrum minimaal een middag per week opengesteld voor de jeugd. Het moest even rondzingen, maar momenteel loopt het als een trein. De jeugd kan hier zichzelf zijn. We maken een praatje, maar preken niet, drinken wat, luisteren naar muziek en dat werkt. De jeugd komt hier graag en steeds meer", meent Gordeau.

Zijn visie wordt beaamd door de 17-jarige Rifai, maar onder andere ook door de 15-jarige Jason Siemeling. 'In het Poolcentrum kun je gewoon je ding doen. Niemand zit je op de huid. En natuurlijk zijn er wel een paar regels. Je moet voorzichtig zijn met de pooltafels en de boel een beetje opgeruimd houden, maar verder is het gewoon gezellig. Zou elke dag zo moeten zijn.'

Die mening wordt volmondig onderschreven door jongerenwerker Kelly en ook Gordeau ziet daar de oplossing in. 'Ik sponsor nu de jeugd als het ware door het Poolcentrum een middagje per week open te stellen. Dat is prima, maar feitelijk zou de jeugd elke dag naar een 'eigen' onderkomen moeten kunnen. De gemeente wil graag iets doen aan jeugdoverlast, maar geeft geen gehoor aan de wens van de jeugd voor 'eigen' onderdak en dat is jammer. Anderzijds kan ik ook niet alle verantwoordelijkheid op mij nemen door mijn Poolcentrum elke dag voor de jeugd open te stellen,' vindt Gordeau. Hij heeft er weliswaar wel de ruimte voor, maar niet de financiële middelen. 'Vooralsnog zal het daarom bij een middagje per week blijven. Iets is natuurlijk beter dan niets, maar wil men de jeugd-c.q. drugsproblematiek structureel aanpakken, dan zal er meer moeten gebeuren en geïnvesteerd moeten worden.'