Op het Twente'randje'

Weemoed naar toen



Wordt u ook wel eens bevangen door weemoed? Weemoed naar de tijd dat corona nog niet onder ons was. Dat je je nog vrij kon bewegen in deze woelige wereld. Niet hoefde na te denken of je wel een mondkapje in je jaszak had zitten. Iemand nog gewoon een hand of een knuffel kon geven.

Weemoed kan je elk moment overvallen. Bij een verhuizing, als je afstand moet nemen van dierbare spullen waarvoor in je nieuwe woning geen ruimte is. Of bij het afscheid van dierbaren, als je hun huis moet leeghalen en dan onverwacht herinneringen van weleer aantreft. Of aan je kindertijd toen alles veilig en vertrouwd voelde.

Dat gevoel van weemoed sloeg toe, toen een buurjongen van vroeger mij luchtfoto’s mailde van de buurtschap waar ik ben opgegroeid. Foto’s uit 1945, in zwart-wit waarin de contouren van het landschap van toen ook nu nog goed te herkennen zijn. De kleine buurtschap ergens in het vage veengebied tussen Kloosterhaar en Bergentheim, waar de buren 300 meter verderop woonden en achter ons huis zich de oneindigheid uitstrekte tot aan de Engbertsdijksvenen, op vier kilometer in de verte onzichtbaar verscholen.

De zeven huizen in het lage zware land, op grote onderlinge afstand, maar toch onzichtbaar met elkaar verbonden. Een gehuchtje, ver van de bewoonde wereld. ’s Zomers de eindeloos lijkende vrije tijd. De diepte van de hoge hemel. De verzengende zon. ’s Winters waarin wij ons over modderige veenpaden een weg baanden naar de grote school, de verschrikkelijke kou wanneer de ziedende wind over de kale vlakte woei. De opgejaagde sneeuw die op heuphoogte langs het tuinpad van mijn vader lag. De regen die kletterde over het natte zwarte pad. Het onweer dat knetterde en knalde, de donderende bliksem over het wijde veld. Er bekruipt mij een groot gevoel van weemoed naar deze verleden tijd. Immers: geen corona.