even sToren

Wandelen



“’..en ik wandel veel,” besluit een kennis zijn verhaal op mijn vraag wat hij zoal doet om de opgelegde vrij tijd te doden. Wan-de-len, gatverdarre, wat heb ik daar een schijthekel aan. Als het uw hobby is, hoeft u het om mij niet te laten, hoor. Op mij heeft het de aantrekkingskracht als die van een wortelkanaalbehandeling. Zonder verdoving.
“Ja,” teemde de nieuwbakken wandelaar verder, “en ook al loop ik elke dag hetzelfde rondje, ik zie iedere keer weer wat nieuws.” Nee, je ziet niet iets nieuws, je hebt de eerste keer gewoon niet goed opgelet. 
Laatst schrok ik van een groepje wandelaars. Het was een zestal dames dat er flink de pas in had. Het was bijna snelwandelen, zonder de lachwekkende heupbewegingen. Bij elke stap plaatsten ze een felle uppercut-beweging tegen een onzichtbare tegenstander. De gezichtsuitdrukkingen detoneerden volledig bij hun leeftijd. Eng.
Het ligt aan mij. Tuurlijk ligt het aan mij. Mijn vader kon geen lange afstanden te voet afleggen. Hij had, zoals hij het zelf uitdrukte, niet vooraan gestaan terwijl ze de benen uitdeelden. Maar hij stimuleerde mijn moeder en mij op vakantie dat wel te doen, wandelen dus. Hij bleef wel wachten in de auto. Tja, je wil wel, maar eigenlijk ook niet. Hoe dan ook, lopen terwijl er op je wordt gewacht. Je wordt er niet relaxt van, zullen we maar zeggen. Later in mijn leven, toen ik op zoek was naar geestelijke balans, stond er ook regelmatig wandelen op het programma. Therapeutisch & verplicht. Met een groep mensen waar ik niet mee gezien wilde worden. Zelfs niet in een stad waar niemand me kende. Met name dat verplichte, daar zat ‘em nou de crux.
Hoe dan ook, met de crisis lijkt het gelukkig de goede kant op te gaan. Al gaat het stapje voor stapje..