Op het Twente'randje'

‘Beschermengel’






Vier jaar was ik, een klein meisje, in een enorm ziekenhuis. Het ging niet goed met mama en de baby. De baby was veel te vroeg geboren. Ze had een zeer buikje en ze moest in het ziekenhuis blijven. Ik weet nog dat ik door de gang liep, en van de zuster een plastic spuitje kreeg. Ik mocht in de lades van de zusters kijken en zag allemaal materialen. Ontzettend interessant en veel leuker dan het speelgoed in de wachtkamer. Ik kan me nog herinneren dat ik niet in het bedje kon kijken en dat mam me optilde. Kimmie lag daar, ik aaide haar over haar wangetje, heel voorzichtig, bang haar te breken.
Nu 26 jaar later, ken ik het hele verhaal. Mijn zusje, door het oog van de naald gekropen. Als premature baby een grote operatie aan de buik en darmen overleefd. Een litteken van zijkant tot zijkant. Na de operatie moesten de darmen gaan werken. Maar dat lukte maar niet. Ze zou met spoed door de scan gaan. Haar leven hing aan een zijden draadje. Mijn ouders konden het ziekenhuis in die korte tijd niet meer bereiken. Op hun knieën zaten ze bij de telefoon, biddend, te wachten om het ziekenhuis te kunnen bellen. Wat er toen gebeurde was een wonder. De arts zei dat hij dit nog nooit had meegemaakt, mijn kleine zusje Kimmie had de hele scan eronder gepoept!
 Ik geloof in engelen, en ik weet zeker dat op dat moment, mijn zusje een engeltje op haar schouder had. Nog steeds is ze een brokkenpiloot. Was het niet een gebroken pols, dan wel een gebroken been of een kapotte tand. Wat zal haar beschermengel het toch druk met haar hebben.